
In 2026 verwelkomt Amerika de wereld, beloofde de FIFA, voor het meest open, diverse en inclusieve WK ooit. Maar Trumps politiek brengt de rechten van voetbalfans en immigranten in de speelsteden in gevaar. Waarom gebeurt dit vooralsnog zonder protest?‘De geloofwaardigheid van voetbal als verbindende sociale praktijk staat op het spel.’
Wie in de nok van het MetLife Stadium zit en zich lang genoeg waant, ziet in de verte de Hudson River overgaan in de haven van New York, eeuwenlang het decor van schepen vol immigranten die, tegen de stroming in, aanmeerden op Ellis Island, de toegangspoort tot Amerika. Hier was iedereen die droomde van leven in vrijheid welkom. Ook vandaag de dag, vlak voor zijn 250ste verjaardag, blijft de Verenigde Staten voor mensen van over de hele wereld het land van de belofte.
Datzelfde MetLife Stadium is volgend jaar zomer het decor van de apotheose van het wereldkampioenschap voetbal; een WK dat zich in schaal slechts laat vangen in Amerikaanse superlatieven: big, bigger, biggest. Maar liefst 48 deelnemende landen doen mee. Hun nationale mannenelftallen trekken als een lange karavaan langs 16 speelsteden, verspreid over de Verenigde Staten, Canada en Mexico, voor het spelen van meer dan honderd wedstrijden, waarna de gelukkigste twee neerstrijken daar aan de haven van New York, voor de finale op 19 juli. Voor voetbalfans die ervan dromen hun nationale ploeg te zien schitteren op een wereldkampioenschap ver van huis, was er nooit een groter canvas.
Maar 250 dagen voor de aftrap zien steeds meer fans die droom vervliegen. Voor hen wordt in vrijheid kunnen afreizen naar de Verenigde Staten, waar de meeste en belangrijkste wedstrijden worden gespeeld, steeds onwaarschijnlijker. President Trump heeft de inwoners uit twaalf voornamelijk islamitische landen een inreisverbod opgelegd waardoor fans uit onder meer Iran, dat zich al voor het WK geplaatst heeft, niet naar de VS kunnen afreizen. Voor de inwoners uit nog eens 36 landen dreigt volgens The New York Times eenzelfde scenario. Daar bleef het niet bij. Trumps recent aangenomen Big, Beautiful Bill introduceert een ‘integrity-fee’ die een visum voor de VS voor veel fans flink duurder maakt. Bovendien worden door de strenge toelatingseisen de visumaanvragen van steeds meer fans, ook die uit grote voetbalnaties, te laat goedgekeurd of zelfs afgewezen. Wie op papier wel naar binnen mag, wordt het vuur aan de schenen gelegdsteeds moeilijker gemaakt. Trump introduceerde discriminerend immigratiebeleid ten aanzien van transgenders en non-binaire reizigers; douanebeambten kregen de bevoegdheid om op basis van politieke profielen of uitingen, ook online, de toegang tot het land te ontzeggen.
En dit speelt alleen nog maar tot aan de grens. In de speelsteden en in en rond de stadions krijgen fans te maken met sterk ingeperkte vrijheden, zo voorziet ook Dagmar Oudshoorn, directeur van Amnesty International Nederland. ‘Op het moment dat je kritisch bent, of men vindt dat je kritisch bent, kan je visum worden ingetrokken of kan je worden vastgezet’, zegt ze. Dat de vrijheid van meningsuiting en het recht op demonstratie in de VS zwaar onder druk staan bleek volgens Oudshoorn in mei van dit jaar, toen Trump de Nationale Garde afstuurde op vreedzame demonstraties tegen immigratiedienst ICE. Amnesty International vreest dat de invallen van ICE tijdens het WK gewoon door zullen gaan of zelfs geïntensiveerd worden, en van de speelsteden onveilig terrein zullen maken voor ongedocumenteerde migranten die werken in de stadions, hotels en restaurants. Of die zich begeven onder de fans.
Voor veel fans is de VS het land dat niet langer voldoet aan de voorwaarden van goed gastheerschap; voor mensenrechtenorganisaties reiken de implicaties verder dan de context van het WK. Zij zien de VS onder Trump in rap tempo veranderen van een democratie in een autocratie, met een president die via decreten regeert, die illegale deportaties en ideologische zuiveringen beveelt, die nationaal en internationaal recht aan de kant zet.
Ongemakkelijke, onontkoombare vragen stapelen zich op. Is voetballen onder Trump, die volgens critici het WK zal gebruiken ter meerdere eer en glorie van zijn Maga-politiek, nog wel voetballen in ‘de vrije wereld’? Waarom komen de Fifa en de nationale voetbalbonden betrokken organisaties niet of nauwelijks tegen Trumps beleid in verzet? En hoe moeten we ons als sporters, sportliefhebbers, sportbestuurders verhouden tot een WK waar, na Rusland en Qatar, opnieuw mensenrechten in het geding zijn?
Het voetbal op drift
‘We moeten het beest in de bek kijken’, zegt Sandra Meeuwsen, sportfilosoof en auteur van het boek Sport = Politiek. ‘De politieke werkelijkheid in de VS is geëscaleerd. Langzaam begint zich af te tekenen wat voor regime dit is geworden. Voor Europa is het moeilijk te accepteren dat het land van de vrijheid allang niet meer is wat het beloofde te zijn.’ Meeuwsen ziet dat sinds het WK in 2018 werd toegewezen aan de VS, Canada en Mexico, we door verdere globalisering en populisme in een nieuwe tijd zijn beland, een tijd waarin de doorgaans in zichzelf gekeerde sportwereld maar langzaam wakker lijkt te worden.’
De ongemakkelijke symbiose tussen sport en politiek vindt volgens Meeuwsen zijn oorsprong in het Olympisch paradigma, een typisch modernistische ideologie. ‘De Olympische beweging en daarmee de moderne sport ontstonden eind negentiende eeuw, toen Europa blaakte van zelfvertrouwen en een nieuwe aristocratie zich wilde onderscheiden zonder een politieke positie in te nemen. Hun beweging zou de wereld beter maken, later nam de Fifa diezelfde Olympische waarden over. Maar eurocentrisme is nu echt verleden tijd. En zolang er binnen Europa stromingen zijn die wat Trump aan het doen is maar al te interessant vinden, lukt het niet met elkaar een vuist te vormen en te zeggen: dit niet, wij staan voor andere waarden. Het verklaart ook in zekere mate de handelingsverlegenheid richting de VS, zowel in de politiek als in de voetbalwereld.’
Maar dat kan de sport zich volgens Meeuwsen niet langer veroorloven. Onder leiding van Fifa-president Gianni Infantino is het internationale voetbal verder op drift geraakt – weg van het Europese continent, bakermat van het voetbal, op zoek naar nieuwe markten in onder meer Afrika en het Midden-Oosten. Daar streeft de wereldvoetbalbond niet alleen sportieve doelen na, maar ook politiek-economische. Met het verhogen van het aantal deelnemende landen van 32 naar 48, mikt Infantino op een miljard dollar extra omzet en 640 miljoen dollar extra winst door uitzendrechten en sponsordeals. ‘Voetbal is meer dan Europa en Zuid-Amerika, het is een mondiale sport’, aldus Infantino tegen journalisten in 2017, nadat in Zürich de Fifa-raad unaniem met de uitbreiding instemde.
Voor de expansiedrift van Infantino betaalt de Fifa een hoge prijs. Steeds vaker werkt de bond samen met regimes en geldschieters die er een andere kijk op mensenrechten en politiek bedrijven op na houden dan die uit het Europa waar Meeuwsen aan refereert. Het leidt tot morele dilemma’s in stadions en bestuurskamers, en beschuldigingen van sportswashing en omkoping aan het adres van de Fifa na het toewijzen van WK’s aan Rusland (2018), Qatar (2022) en Saudie-Arabië (2034).
Infantino zelf verwijt het westen hypocrisie. Tijdens de persconferentie rond de openingswedstrijd van het WK in Qatar stelde hij dat als Europa daadwerkelijk geeft om het lot van arbeidsmigranten, Europese landen hun grenzen niet gesloten maar open moeten houden, en net als Qatar deze mensen werk, toekomst, en hoop moeten bieden. Infantino trok zijn verweer daarna breder: ‘Voor wat wij Europeanen in de afgelopen drieduizend jaar gedaan hebben, zouden we de komende drieduizend jaar excuses moeten aanbieden, voordat we de moraalridders gaan uithangen richting anderen.’
‘Infantino is een slimme opportunist’, zegt Meeuwsen. ‘Daarom kan hij het zo goed vinden met politici als Trump of de oliesjeiks uit het Midden-Oosten – zij zijn allemaal primair ondernemers.’ Ook nieuwsblad Politico reconstrueerde hoe de Fifa-president door slim spel Amerikaanse bestuurders op lokaal en nationaal niveau om zijn vingers weet te winden. In en rond het Witte Huis trof men Infantino regelmatig aan in een spagaat, pogend de tegenstrijdige belangen van Trump en die van de Fifa te verenigen. Zo lukt het Infantino om openlijk met de burgemeesters van de in Trump’s ogen ‘linkse’ speelsteden te vleien, zonder zich de woede van laatstgenoemde op de hals te halen. De afgelopen maanden was de wereld zelfs getuige van een heuse bromance tussen de twee presidenten, waarbij in een opmerkelijke serie handjeklap de Fifa intrek nam in de Trump Tower in New York en Trump zichzelf benoemde tot voorzitter van de speciale WK-commissie van het Witte Huis.
De aanval- en verdedigingstechnieken van Infantino ziet Meeuwsen ook terug bij onszelf, zeker bij sportbestuurders en sportliefhebbers. ‘Ook hier is de neiging om zaken te bagatelliseren door te zeggen: ‘laten we dicht bij Poetin of Trump blijven, dan zien we in ieder geval wat daar gebeurt.’ Of men stelt: ‘Het Midden-Oosten mag zich toch ook ontwikkelen?’ Bij het WK in Qatar gingen uiteindelijk de echte voetbalfanaten voor de bijl, die laten zich hun spelletje niet afpakken. Dit existentiële verlangen wordt geëxploiteerd, dat is het hart van het kapitalisme.’
De papieren werkelijkheid van de Fifa
Elk gastland dat zich kandidaat stelt belooft open, divers en inclusief te zijn, of wil zichzelf zo kunnen noemen. In 2016 committeerde de Fifa zich daarom aan de ‘United Nations Guiding Principles on Business and Human Rights’, richtlijnen voor staten en bedrijven waarmee zij mensenrechtenschendingen kunnen voorkomen, adresseren en verhelpen. De toewijzing van het WK 2026 aan de VS, Canada en Mexico gebeurde op voorwaarde dat deze drie landen in het kader van het WK niets ondernemen dat in strijd is met internationaal erkende mensenrechten, waaronder de vrijheid van meningsuiting en het beschermen van individuen tegen elke vorm van discriminatie. Ook het actief promoten van toerisme rondom het WK, en dus het land openstellen voor zoveel mogelijk mensen valt onder de gunningscriteria.
Daniela Heerdt, die voor het onderzoekscentrum Asser Instituut de relatie tussen mensenrechten en sportevenementen onderzoekt en deelnam aan het Fifa Human Rights Volunteers Program in Qatar, noemt het commitment van de Fifa een relatief nieuw fenomeen. ‘Private, transnationale organisatoren die eigenaar zijn van deze grote sportevenementen proberen zich doorgaans om de wetten en regels van een land heen te manoeuvreren’, zegt Heerdt. ‘Maar wat het papieren commitment van de Fifa in de praktijk betekent, bijvoorbeeld voor fans die in vrijheid het WK in de VS willen meemaken, blijft onduidelijk.’
Volgens Heerdt komt dat door de manier waarop sportevenementen zoals WK’s worden georganiseerd. ‘De Fifa organiseert het WK niet zelf, het besteedt dit uit aan publieke en private partijen in de VS, Canada en Mexico, die zich op hun beurt weer aan nationale en lokale overheidsregels moeten houden. En in dit geval, met drie organiserende landen, krijgen de Fifa en fans te maken met drie verschillende wet- en regelgevingen, ook op het gebied van mensenrechten.
‘Bovendien’, benadrukt Heerdt, ‘spreken de statuten van de Fifa vooral over het respecteren van mensenrechten, wat niet hetzelfde is als het beschermen en naleven van mensenrechten. Dat lijkt op papier misschien een klein verschil, in de praktijk is dat een wereld van verschil.’ Het verklaart volgens Heerdt deels waarom de Fifa niet openlijk tegen de immigratiepolitiek van Trump ingaat, hoewel het een vrij toegankelijk WK voor iedereen onmogelijk maakt. Volgens Heerdt is een bijkomend probleem dat hoe dichterbij een WK komt, hoe meer zeggenschap of invloed de Fifa inlevert, zo blijkt uit haar onderzoek. De kans dat de Fifa het WK uitstelt of een vervangend gastland aanwijst, is nihil. ‘De economische schade en het afbreukrisico zijn simpelweg te groot’, zegt Heerdt. ‘We zagen dit gebeuren in Qatar, waar bijvoorbeeld het drinken van alcohol en het dragen van regenboogkleuren door fans eerst zou worden toegestaan, en toen ineens toch niet.’ Nu de Fifa opnieuw te maken krijgt met een gastland dat gemaakte afspraken niet lijkt na te komen, staat het blijkbaar opnieuw machteloos aan de zijlijn.
De Fifa zegt achter de schermen continu in gesprek te zijn met de Amerikaanse overheidsorganen, maar vooralsnog zonder zichtbaar effect. In juli van dit jaar stuurde een groot aantal maatschappelijke organisaties, waaronder Amnesty International, een gezamenlijke brief aan Infantino. Hierin roepen ze de Fifa op om publiekelijk de rechten van voetbalfans en migranten in de speelsteden te garanderen en Trump ervan te overtuigen zijn immigratiebeleid en maatregelen terug te draaien.
Individuele versus collectieve moraliteit
Volgens Meeuwsen hoeven we van bestuurders binnen de Fifa niet de eerste bewegingen te verwachten. ‘De bal moet blijven rollen. De Fifa ontleent zijn bestaansrecht aan het bewaken van de continuïteit van het voetbal. Bovendien is elke sportbestuurder, ook Infantino, ooit begonnen als liefhebber op het veld. Ik kijk hier psychoanalytisch naar; die gehechtheid aan het spelletje gaat terug naar de moederschoot, wel of niet kunnen voetballen is een zaak van leven of dood. Het maakt dat bestuurders kwetsbaar zijn, en de sport zich als een speelbal laten manipuleren.’
Het tegengeluid moet volgens Meeuwsen in eerste instantie komen van sponsoren, sportliefhebbers en sporters zelf. ‘Sporters hebben geleerd dat hun sport het domein is waarin ze passie kunnen laten zien en ontvangen. Een deel van deze generatie voelt steeds meer drang om zich ook op maatschappelijke thema’s te profileren, in de vorm van athlete activism. Dat is een nieuwe invulling van de politieke waarde van sport. We zien ook amateurverenigingen veranderen, nu steeds meer vrouwen en mensen met een migratieachtergrond komen bovendrijven en andere waarden inzetten. Zo ontstaan er gaten in het regime, van binnenuit en van onderaf.’
Meeuwsen denkt dat het effect van deze ‘kleine politiek’ nog veel groter zou zijn als openlijk de verbinding wordt gezocht met de ‘grote politiek’. ‘Voor een nationale bond is het een kans om een andere, meer politieke agenda te presenteren dan slechts het uitwisselen van vaantjes. Dan moet je daarin wel politiek gesteund worden, dat is tot nu toe niet het geval geweest. Denk aan de verhitte periode in de aanloop naar Qatar, toen heeft het voetbal aan de frontlinie gestaan. De reguliere politiek zou de vooruitgeschoven post van de KNVB, en wat deze kan betekenen voor ons buitenlandbeleid, meer mogen omarmen. De geloofwaardigheid van het voetbal als verbindende sociale praktijk is nog niet verloren, maar staat wel op het spel.’
‘De neiging om afstand te nemen en sportbestuurders te veroordelen werkt overigens averechts’, waarschuwt Meeuwsen. Volgens haar isoleert het alleen maar en is juist gerichte support geboden. Haar mantra richting het WK 2026 ontleent ze aan filosoof Donna Haraway, staying with the trouble. In haar eigen woorden: ‘Koester die dialectische dans tussen sport en politiek, en organiseer een kritische massa om van binnenuit verandering teweeg te brengen.’
Amnesty International Nederland zal volgens Oudshoorn inderdaad niet oproepen tot een boycot van het WK, mocht het Nederlands elftal zich kwalificeren en de VS zich niet houden aan de internationale verdragen die ze zelf hebben ondertekend. In plaats daarvan dringt ze er bij de KNVB op aan zich hiertegen uit te spreken en zijn invloed te gebruiken om misstanden aan te kaarten. Oudshoorn: ‘Welk land de schending pleegt mag geen verschil maken, elke mensenrechtenschending is er één.’
Heerdt denkt dat verandering inderdaad begint bij sportbonden en andere maatschappelijke organisaties. ‘Het zetten van druk heeft in het verleden wel degelijk effect gehad. Kijk naar Qatar waar, in ieder geval op papier, de rechten van arbeidsmigranten sinds het WK zijn verbeterd’, zegt Heerdt. Door de onvoorspelbaarheid van Trump kunnen zich volgens haar uit onverwachte hoeken nog onverwachte kansen voordoen, kansen voor de voetbalwereld om de droom van een toegankelijk en onbevangen WK voor iedereen alsnog werkelijkheid te maken. Heerdt: ‘We zijn nog niet te laat, in tien maanden kan er nog veel gebeuren.’










